Het ontwikkelen van medewerkers is in de huidige tijd één van de belangrijkste taken van een leidinggevende. Het is misschien wel de leukste taak op het moment dat de medewerker zich ontwikkelt en hij of zij steeds beter gaat functioneren. Tegelijkertijd is het ook de meest frustrerende taak wanneer alle moeite voor niets lijkt te zijn en er geen sprake is van significante persoonlijke ontwikkeling.

Het uitblijven van ontwikkeling bij de medewerker wordt dan vaak als volgt verklaard:

  • De medewerker bezit niet de juiste kwaliteiten en talent, of
  • De medewerker wordt niet op de juiste manier begeleid door de leidinggevende.

Deze verklaringen vinden hun oorsprong in een eeuwenoude psychologische discussie, ook wel nature versus nurture genoemd. Het gaat om de vraag ‘is talent aangeboren of aangeleerd?’ Volgens Jean-Jacques Rousseau is persoonlijkheid volledig afhankelijk van nature, oftewel, de aangeboren talenten die we bezitten. John Locke was er echter van overtuigd dat we enkel moeten kijken naar nurture, oftewel, de aangeleerde talenten vanuit de omgeving. Je kunt je voorstellen dat de leidinggevende zich meer herkent in de eerste verklaring, terwijl de medewerker toch meer ziet in de tweede verklaring. Wie heeft er dan gelijk?

In het hedendaagse psychologische debat spreken we over genen (nature) en omgeving (nurture). Uit de onderzoeken die worden gedaan naar de rol van genen en omgeving, blijkt dat zowel de leidinggevende als de medewerker gelijk hebben. Het gaat hier om een interactie effect. Voor een optimale ontwikkeling moet er sprake zijn van zowel aangeboren talent alsook een omgeving die inzet op de ontwikkeling van dit talent. Als we dan terugkomen op de vraag ‘Hoe ontwikkelbaar zijn mijn medewerkers?’ wordt het duidelijk, dat het zeer belangrijk is om het aangeboren talent in kaart te brengen. Alleen met die gegevens kan er een betrouwbare voorspelling worden gedaan over de ontwikkelbaarheid van een competentie. Dit leidt tot de volgende vraag: ‘Hoe breng je dit aangeboren talent in kaart?’

Dat kan met de inzet van de Keyscan. Deze scan bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel maakt gebruik van onderbewuste positieve en negatieve associaties van acht archetypische beelden (nature). In het tweede onderdeel van de Keyscan moeten uit 24 competenties de tien competenties worden gekozen die iemand het best vindt aansluiten op zijn of haar eigen kwaliteiten (nurture). De samenhang tussen de keuzes in de twee gedeeltes van de scan laat zien in hoeverre iemand zijn of haar natuurlijke talenten herkent en in hoeverre hij of zij deze talenten verder kan ontwikkelen. Tegelijkertijd wordt zichtbaar tegen welke belemmeringen en valkuilen iemand kan aanlopen wanneer er wordt ingezet op een talent dat van nature niet bij hem of haar aanwezig is.

Nieuwsgierig hoe ontwikkelbaar jouw medewerkers zijn, of wil je meer weten over onze Keyscan?
Schrijf je dan in voor een van onze open masterclasses Keyscan: Mapping the Subconscious via https://bit.ly/2y9IJ2E .

Copyright Keyminds 2019